Institute for Biodiversity and Ecosystem Dynamics / Zoological Museum Amsterdam

SECTION ENTOMOLOGY

 

 

TREKVLINDERREGISTRATIE NEDERLAND

('s werelds langst lopende project voor het registreren van trekvlinders)

Drs Rob de Vos

 

 

Inleiding

Sinds 1940 worden in Nederland waarnemingen geregistreerd van trekvlinders. Deze worden door vele vrijwillige medewerkers jaarlijks bijeengebracht. Van de door hen verzamelde gegevens is vanaf het begin een jaarlijks overzicht gepubliceerd in "Entomologische Berichten", het maandelijks tijdschrift van de Nederlandse Entomologische Vereniging. Alle medewerkers krijgen een overdruk van dit jaaroverzicht gratis toegestuurd. Bovendien krijgt men twee maal per jaar een nieuwsbrief, waarin de meest recente ontwikkelingen en wetenswaardigheden betreffende Nederlandse (trek)vlinders worden vermeld.

Doelstelling

De doelstelling van de registratie is door Lempke in 1956 als volgt geformuleerd: "Alle gegevens verzamelen die in ons land bijeen te brengen zijn en deze publiceren, opdat zij ter beschikking staan van iedereen die er bij de bestudering van de vlindertrek gebruik van wil maken". De oude doelstelling is dus gericht op het registreren en publiceren van de gegevens uit ons eigen land. Tegenwoordig bestaan er ook plannen deze doelstelling uit te breiden tot onderzoek op Europees niveau. Er bestaat reeds een nauwe samenwerking en informatie-uitwisseling met het Belgisch Trekvlinder Onderzoek (BTO) onder leiding van Bart Vanholder [bvholder@innet.be].

Wat is een trekvlinder?

In feite is iedere vlindersoort die een kleinere of grotere afstand aflegt een migrerende vlinder ofwel een trekvlinder. Er zijn vele definities die dit begrip nader omschrijven, maar de uiteindelijke definitie van een trekvlinder blijft discutabel.

Lempke onderscheidde drie categorieën binnen de trekvlinders:

  • indigene of inheemse soorten, die binnen hun areaal migreren.
  • regelmatig voorkomende migranten, die vrijwel jaarlijks waargenomen worden en onder natuurlijke omstandigheden in ons land niet kunnen overwinteren.
  • onregelmatig voorkomende migranten, waarvan af en toe een exemplaar ons land bereikt en hier meestal niet kan overwinteren.

Het onderscheid tussen de 2e en 3e categorieën is niet erg duidelijk. Bovendien kan deze kwalificatie per soort in de tijd veranderen, waardoor de soortenlijst van trekvlinders voortdurend wijzigt. Een probleem onstaat als, ten gevolge van zachte winters, migranten ineens wel in staat zijn in ons land te overwinteren. De complexiteit van zo'n indeling blijkt wel uit het feit dat ook inheemse soorten binnen hun verspreidingsgebied kunnen trekken: de eerste categorie. Bovendien nemen meestal niet alle individuen van een populatie aan de trek deel. Ook kan de afgelegde afstand per individu verschillen en nakomelingen, die zelf (nog) niet migreren, zijn in feite geen trekvlinders. De eerste categorie geeft daarom praktische problemen bij het onderscheiden van migrerende en niet migrerende individuen.

In de trekvlinderregistratie in Nederland worden daarom onder trekvlinders verstaan vlindersoorten uit Lempke's 2e en 3e categorie, dus soorten die in Nederland niet inheems zijn en onder natuurlijke omstandigheden hier niet kunnen overwinteren.

Het registreren van trekvlinders

Voor het registreren van trekvlinderwaarnemingen zijn vier punten van belang:

  • soort
  • aantal
  • datum
  • vindplaats

Géén van deze mag bij de registratie ontbreken. Ook bij waarnemingen van zeer grote aantallen, die bij o.a. Autographa gamma nogal eens voorkomen, is het belangrijk op zijn minst een schatting te maken van de waargenomen aantallen. Alleen de soorten die men goed kent moeten worden gemeld, zodat determinaties betrouwbaar zijn.

Voor het melden van de waarnemingen zijn bij de Trekvlinderregistratie Nederland speciale formulieren beschikbaar. U kunt deze aanvragen en zich opgeven als medewerker op het onderstaand adres:

Werkgroep Vlinderfaunistiek (Trekvlinderregistratie)

Plantage Middenlaan 64

1018 DH Amsterdam

tel. 020-5256253

fax. 020-5256528

e-mail: rvos@science.uva.nl

Nederlandse literatuur

Lempke, B.J., 1956. De Nederlandse Trekvlinders (eerste druk). KNNV uitgave 12: 1-91, Thieme, Zutphen.

Lempke, B.J., 1972. De Nederlandse Trekvlinders (tweede druk). KNNV uitgave 12: 1-151, Thieme, Zutphen.

Vos, R. de, 1992. Handleiding bij het waarnemen en registreren van Nederlandse trekvlinders. Trekvlinderregistratie Nederland: 1-24.

 Trekvlindersoorten in Nederland

In december 1999 is er de nieuwe naamlijst van de Nederlandse vlindersoorten uitgekomen: "Geannoteerde Naamlijst van de Nederlandse Vlinders", door J.H. Kuchlein en R. de Vos. Deze naamlijst is te bestellen bij uitgeverij Backhuys Publishers, Postbus 321, 2300 AH Leiden (backhuys@backhuys.com) en kost f 140,- excl. verzendkosten.

Interessant in dit verband is dat deze naamlijst alle door ons gedefiniëerde trekvlinders in Nederland aangeeft (met een "M"), maar nog meer dan dat, zelfs enkele nieuwe soorten trekvlinders aangeeft dan voorheen in de Trekvlinderregistratie opgenomen. Een aantal soorten hiervan heeft u reeds in de nieuwsbrief 1-2 (oktober 1994) behandeld gezien, maar omdat dit al een tijdje geleden is volgt hier een volledig overzicht van alle 56 in Nederland als "echte" trekvlinders gedefiniëerde soorten:

  • Plutella xylostella (koolmotje)
  • Choristoneura murinana
  • Epinotia thapsiana
  • Zeiraphera griseana
  • Epischnia prodromella
  • Etiella zinckenella
  • Ancylosis oblitella
  • Homoeosoma nebulella
  • Euchromius ocellea
  • Loxostege sticticalis
  • Uresiphita gilvata
  • Udea ferrugalis
  • Nomophila noctuella
  • Dolicharthria punctalis
  • Diasemia reticularis
  • Diasemiopsis ramburialis
  • Palpita unionalis
  • Spoladea recurvalis
  • Agrius convolvuli (windepijlstaart)
  • Acherontia atropos (doodshoofdvlinder)
  • Daphnis nerii (oleanderpijlstaart)
  • Macroglossum stellatarum (kolibrievlinder)
  • Hyles euphorbiae (wolfsmelkpijlstaart)
  • Hyles livornica (gestreepte pijlstaart)
  • Hippotion celerio (wingerdpijlstaart)
  • Iphiclides podalirius (koningspage)
  • Colias croceus (oranje luzernevlinder)
  • Colias hyale (gele luzernevlinder)
  • Colias alfacariensis
  • Vanessa atalanta (atalanta)
  • Vanessa cardui (distelvlinder)
  • Aplasta ononaria
  • Cyclophora puppillaria
  • Rhodometra sacraria
  • Orthonama obstipata
  • Catocala fraxini (blauw weeskind)
  • Diachrysia chryson
  • Autographa gamma (gamma-uil)
  • Autographa bractea
  • Syngrapha interrogationis
  • Trichoplusia ni
  • Chrysodeixis chalcites
  • Acontia lucida
  • Eublemma ostrina
  • Eublemma parva
  • Schinia scutosa
  • Heliothis peltigera
  • Heliothis nubigera
  • Helicoverpa armigera
  • Spodoptera exigua
  • Mythimna vitellina
  • Mythimna loreyi
  • Mythimna unipuncta
  • Peridroma saucia
  • Agrotis ipsilon
  • Utetheisa pulchella

Nieuws van de Trekvlinderregistratie Nederland, samengesteld door de Werkgroep Vlinderfaunistiek: trekvlinders in 2000

In het jaar 2000 hebben 153 vrijwilligers van 29 soorten trekvlinders gegevens aangeleverd. Het koolmotje (Plutella xylostella), de oranje luzernevlinder (Colias croceus), de atalanta (Vanessa atalanta) en Agrotis ipsilon waren zeer talrijk. De atalanta en Helicoverpa armigera behaalden een record in aantal, maar de distelvlinder (Vanessa cardui), de gamma-uil (Autographa gamma), de gele luzernevlinder (Colias hyale) en de kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum) werden matig waargenomen. Ook zijn er enkele bijzondere waarnemingen gedaan: van de monarchvlinder (Danaus plexippus) werd het vijfde exemplaar voor Nederland gezien, het zesde exemplaar van Uresiphita gilvata, het zesde exemplaar van Trichoplusia ni en een waarneming van Palpita unionalis en de wolfsmelkpijlstaart (Hyles euphorbiae). De viervlekbeer (Lithosia quadra) is lange tijd niet meer in Nederland gezien en plotseling werden maar liefst 19 exemplaren waargenomen (de meeste in het zuiden, enkele in het midden en noorden van het land).

Ook zijn er enkele "nieuwe" adventieve soorten voor Nederland gemeld:

  • Hypercallia spec. (Oecophoridae) &endash; Een fraaie en vrij grote microvlinder, gevonden in een tuin in Leeuwarden op 3 mei 1999. Een foto was ter determinatie naar Kevin Tuck (Natural History Museum, Londen) gestuurd, maar de soort kon nog niet worden gedetermineerd. Hij stamt vermoedelijk uit Centraal- of Zuid-Amerika.
  • Drie exotische soorten werden op 30 november 2000 gevonden in Honselersdijk (ZH) in een zending cactussen afkomstig uit de Dominicaanse Republiek. Het betreffen drie dagvlinders: Eurema nicippe (Cramer) en E. elathea (Cramer) (Pieridae) en Nyctelius nyctelius (Latreille) (Hesperiidae).
  • Dryas julia (Fabricius) (Nymphalidae; Heliconiinae) &endash; In 2002 werd een exemplaar van deze fraaie Zuid-Amerikaanse dagvlinder gezien in Gaastmeer (Fr). Waarschijnlijk betreft het een ontsnapt exemplaar uit een vlindertuin of &endash;kas.
  • Pachylia ficus (Linnaeus) (Sphingidae) &endash; Deze Latijns Amerikaanse pijlstaartsoort werd eerder reeds in 1986 in Nederland gevonden. In 1998 werd een tweede exemplaar gevonden in Naaldwijk (ZH).
  • Xylophanes tersa (Linnaeus) (Sphingidae) &endash; In 2000 werd een exemplaar gevonden in Honselersdijk (ZH) in een krat met planten, afkomstig uit de Dominicaanse Republiek.
  • Megalopyge opercularis Smith (Megalopygidae) &endash; Deze prachtige nachtvlinder komt oorspronkelijk voor in Latijns Amerika. Het is daarom merkwaardig dat de vlinder in Utrecht werd gevonden op lavastenen, afkomstig van de Canarische Eilanden.
  • Copaxa lavendera Westwood (Saturniidae) &endash; Het eerste exemplaar dat in Nederland werd gemeld werd gevonden in 1999 in Den Helder (NH) in een meidoornstruik. Van de vlinder werd een foto opgestuurd naar de saturnide-specialist Dr. W.A. Nässig (Museum Senckenberg, Frankfurt am Main), die deze Midden-Amerikaanse soort op naam kon brengen. Het is opmerkelijk dat er in korte tijd daarna meer vondsten volgden: in 2001 in Blaricum (NH) tussen kleding uit Thailand, in 2002 in Heemskerk (NH) in een bos bloemen en tenslotte in 2003 in Drachten, eveneens in een bos bloemen. De reden van deze plotselinge vondsten is vooralsnog onduidelijk.
  • Bufoidia hyatti (Tams) (Lasiocampidae) &endash; In 2000 werd een exemplaar van deze spinner gevonden als rups in bloemen in Vlaardingen (ZH). Na uitkweken werd de vlinder gedetermineerd door David Goodger (Natural History Museum, Londen). De soort komt oorspronkelijk in Noordoost-Afrika (bijv. Somalië) voor.

Andere nachtvlindergegevens

Behalve de gebruikelijke gegevens over trekvlinders zijn we ook bijzonder geïnteresseerd in alle andere gegevens over nachtvlinders in Nederland. Dat mogen zowel oude als recente gegevens zijn, micro's en macro's. Ook rapporten, verslagen en inventarisatielijsten zijn welkom, evenals (en vooral) digitaal aangeleverde gegevens.

Deze gegevens worden gebruikt bij het samenstellen van een atlas van alle nachtvlinders in Nederland, uitgevoerd door de EIS-Werkgroep Vlinderfaunistiek, welke reeds een groot databestand heeft. Het atlasproject vindt plaats in samenwerking met De Vlinderstichting. Het proces van vervolmaking van deze atlas is te volgen op de website http://www.vlindernet.nl.

Bovenstaand project vloeit voort uit de misschien bij sommigen bekende projecten "Bijzondere Nachtvlinders", "Project Noctua" en "Nachtvlinders van de Benelux" (voorheen van Werkgroep Benelux Nachtvlinders), die in totaal meer dan 10 jaar werkzaam zijn.