Program in the History of Computing

History of Computing research

Gepubliceerd op 16 september 2009

History of Computing - Computerpioniers, Pionierscomputers

Leerboek

Inleiding

Tussen 1947 en 1963 zijn er in Nederland op verschillende plaatsen rekenautomaten gebouwd. De ontwikkelingskernen in Delft en Den Haag, in Amsterdam en in Eindhoven verschilden sterk in aanpak, techniek en omstandigheden. Het ging om computers, dat maakt de ontwikkelingen vergelijkbaar. De mensen kwamen ook bij elkaar en wisselden ervaringen uit, in het Colloquium Moderne Rekenmachines. Het fascinerende van deze geschiedenissen zit in het detail. Details zijn op onderdelen wel uitgezocht; de beschrijvingen van de Nederlands pionierstijd als geheel zijn steeds erg beknopt gebleven.

Het project "Computerpioniers, pionierscomputers" is een voorstel om de geschiedenis van de vroege computerontwikkeling in Nederland neer te zetten in een bescheiden boek gericht op een breed publiek.

De opzet is om de kennis die ik vergaard heb over de pionierstijd van computers in Nederland in de jaren 1950 vast leggen in een boek van circa 100 bladzijden dat zich laat gebruiken voor:

  • onderwijs computerhistorie aan informaticastudenten
  • middelbare scholieren die een werkstuk willen maken
  • een algemeen publiek.

Achtergrond

Zo gewoon en alomtegenwoordig de ICT vandaag is, zo verbazingwekkend is het zich te realiseren dat het begin van het computertijdperk slechts een halve eeuw achter ons ligt. Zo kort is het geleden, dat moderne rekenmachines afzonderlijke kamervullende automaten waren, dat het gebruik echt nog primair rekenwerk betrof. De afstand lijkt heel groot. Tegelijk herkennen we aanzetten tot information retrieval in de sorteerprogramma's op de eerste computers; herkennen we voorbodes van computersspelletjes in de pret die pioniers hadden door computers muziek te laten maken of boter-kaas-en-eieren te laten spelen. Wanneer we ons realiseren hoe jong het terrein van ICT nog is en hoezeer de invloed die het op ons leven heeft nog dagelijks toeneemt, dan is het niet moeilijk te bedenken dat we nog aan het begin staan van de ICT-revolutie. Het gebeurt vandaag. Wij en onze kinderen geven vorm aan de cultuur met informatie- en communicatietechnologie. Om dat enigermate bewust te doen, is het goed te weten waar we staan. Ter oriëntatie kan de geschiedschrijving ons helpen.

Trouwens, ook zonder deze zin voor de samenleving is het fascinerend te bekijken hoe onze voorgangers hebben gewerkt aan de opbouw van het domein van computers en hun gebruik. Speciaal de episodes die een jongensboekensfeer oproepen met connotaties van heroïek, de jaren vijftig en de jaren zeventig springen dan in het oog. Geschiedschrijving is iets anders dan jeugdliteratuur, verwacht ook geen heldensaga's. Spannend was het wel. De gang naar de archieven loont zonder meer.

Er is plaats voor een samenvattend boek over de Nederlandse pioniersperiode. Het fascinerende van deze geschiedenissen zit in het detail. Details zijn op onderdelen wel uitgezocht; de beschrijvingen van de Nederlandse pionierstijd als geheel zijn steeds erg beknopt gebleven. Eda Kranakis heeft in 1988 een goed, maar erg beknopt overzicht geschreven [Kranakis 1988]. In 1998 hebben "wij zelf" de toen verschenen nadere informatie samengebracht in hoofdstuk 6, gedeeltelijk 7 en 8, in [Oost e.a. 1998]. De weergave is daarin fragmentarisch gebleven. Het nu voorgestelde boek Computerpioniers, pionierscomputers belooft met aandacht voor detail een synthese te bieden van de geschiedenis van deze cruciale periode van de ontwikkeling van de ICT. Het materiaal en de aanpak voor zo'n afrondende synthese heb ik onder handbereik. Nodig is tijd om te schrijven en enig aanvullend archiefonderzoek te doen.

Inhoud

In 1947 zette Aad van Wijngaarden als een van zijn eerste acties als Chef van de Rekenafdeling van het Mathematisch Centrum in Amsterdam twee assistenten aan het werk om een rekenautomaat te bouwen. Een korte flirt met analoge machines werd snel afgekapt. Van meet af aan stond een relaismachine en een meer geavanceerd electronisch apparaat op het programma. Er was nogal wat te ontwikkelen en solderen, eer in 1952 een ARRA en eigenlijk in 1954 een werkende ARRA tot stand kwam.

In hetzelfde jaar 1947 begon in Delft een natuurkunde-student met de bouw van een rekenmachine met relais voor het doorekenen van lenzen. Dit was Willem van der Poel. Hij werd korte tijd later naar het Centraal Laobratorium van de PTT gehaald om in samenwerking met Leen Kosten een computer te ontwikkelen. Hun ontwerp voor een tweede computer, de ZEBRA, zou in serie geproduceerd worden.

Het Mathematisch Centrum ontwikkelde ook verdere computers en dat leidde tot het eerste spin-off bedrijf, Electrologica. Deze firma was zeer succesvol met de bouw van de X1. Met de ontwikkeling van de electrologica X8, 1963, was eigenlijk het pionierstijdperk ook in Nederland voorbij.

Philips bouwde binnen het Natuurkundig Laboratorium een experimentele computer, de PETER en vervolgens de zeer geavanceerde PASCAL. Nijenhuis en Van de Weg waren hier de centrale figuren. Vanaf 1961 begon Philips met de opbouw van een eigen computerindustrie -die later Electrologica zou overnemen- en ook dat behoort niet meer tot de pionierstijd.

In die pionierstijd waren er wel allerlei parallelle ontwikkelingen, zoals de introductie van commerciële computers bij Shell, de Heidemij en andere bedrijven. Voor verschillende toepassingen bouwden verschillende laboratoria, in Delft en elders, analoge computers. Het kwam zelfs in een aantal gevallen tot heftige of vriendschappelijke concurrentie tussen uiteenlopende benaderingen zoals bij Rijkswaterstaat en in de "klapclub".

Naast incidentele colleges van Van Wijngaarden, Kosten en Van der Poel, kwam een opleiding tot Wetenschappelijk Programmeur tot stand. Het Colloquium Moderne Rekenmachines vormde de opmaat tot verenigingsleven. Werd op een Parijs terras het Nederlands Rekenmachinegenootschap, NRMG, geconcipieerd, bij Broodje van Kootje in Amsterdam besloten enkele mensen vanuit de administratieve automatisering dat er behoefte was aan een voorlichtende stichting, Stichting Studiecentrum Administratieve Automatisering, SSAA. Hieruit ontsproot even later het Genootschap voor Automatisering.

De episode van 1947 tot 1963 reikt van saaie ponskaarten tot opwindende verwachtingen. Deze episode waarin nog niet zo eenduidig vastlag in welke richting het werken met computers zich zou ontwikkelen, waarin verschillende technieken naast elkaar bestonden, laat zich nu beschrijven in een samenhangend verhaal. De bestaande literatuur en de nieuw beschikbare onderzoeksresultaten wil ik samenbrengen in een handzaam boek.

Literatuur (beknopt)

  • [Alberts e.a. 1987] Zij mogen uiteraard de zuivere wiskunde niet verwaarloozen, G.Alberts, F. van der Blij en J. Nuis (red). Amsterdam: CWI, 1987
  • [Alberts/Kranakis e.a. 1990] History of Computing, G. Alberts and Eda Kranakis (eds.). CWI Quarterly 3 - 4 (December 1990, special issue).
  • [Alberts 2000] `Rekengeluiden. De lichamelijkheid van het rekenen', Gerard Alberts. Informatie & Informatiebeleid 18-1 (2000), pp. 42-47
  • [Alberts 2002]`Een halve eeuw computers in Nederland: 1. Een willekeurig getal', G. Alberts, Nieuwe Wiskrant 22-1 (2002), pp. 6 - 8; `Een halve eeuw computers in Nederland: 2. Het geluid van rekentuig', G. Alberts, Nieuwe Wiskrant 22-3 (2003), pp. 17 - 23
  • [Blanken 2002] Geschiedenis van Philips Electronics NV. 5 Een industriële wereldfederatie, Ivo Blanken, Zaltbommel, Europese Bibliotheek, 2002.
  • [Ende 1994] The Turn of the Tide. Computerization in Dutch Society 1900-1965. J. van den Ende, Delft University Press, Delft, 1994.
  • [Ende/Jong 1989] ´Rekenen aan waterstromen; getijdenonderzoek in Nederland 1920-1950´, J. van den Ende, F. de Jong, in: Jaarboek voor de Geschiedenis van Bedrijf en Techniek, 6, 1989, 191-209.
  • [Ende 1991] Knopen, kaarten en chips. De geschiedenis van de automatisering bij het Centraal Bureau voor de Statistiek, J. van den Ende, Voorburg / Heerlen: CBS (1991)
  • [Ende 1992] ´Mechanisering en automatisering bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. De groeiende vraag naar gegevensverwerkende apparatuur', J. van den Ende, in: Jaarboek voor de Geschiedenis van Bedrijf en Techniek, 9, 1992, 236-260.
  • [Ende 1995a] `A History of Real-Time Industrial Process Control in the Dutch Steel-Making Industry' Jan van den Ende, in: Real-Time Systems 8 nr. 2/3 (1995), pp. 215-226
  • [Ende 1995b] `Computers and Industrial in the Dutch Steel Industry', Jan van den Ende, in: IEEE Annals of the History of Computing 17 nr. 2 (1995), pp. 22-32
  • [Galis 1989] Werken aan zekerheid, Een terugblik over de schouder van AEGON op twee eeuwen verzekeringsgeschiedenis, Ben Gales, 1989
  • [Kranakis 1988] ´Early computers in The Netherlands´, Eda Kranakis, CWI-Quarterly 1-4, 61-84 [ook in Nederlandse vertaling in Informatie]
  • [Oost e.a. 1998] De opkomst van de informatie-technologie in Nederland, E. van Oost, G. Alberts, J. van den Ende, H.W. Lintsen (red.). Den Haag: Ten Hagen Stam, 1998.
  • [Vreugdenhil e.a. 2001] ´Waterloopkunde - een eeuw wiskunde en werkelijkheid´, Kees Vreugdenhil, Gerard Alberts, Pieter van Gelder, Nieuw Archief voor Wiskunde V-2-3 (september 2001), 266-276
  • [Wit 1989] ´Facetten van een automatiseringsbeleid: de Post-, Cheque- en Girodienst', D. de Wit, in: Jaarboek voor de Geschiedenis van Bedrijf en Techniek, 6, 1989, 234-256.
  • [Wit 1992] ´Wat niet te verzekeren valt: Electrologica als casus uit de opbouw van een Nederlandse computerindustrie (1956-1967)', D. de Wit, in: Jaarboek voor de Geschiedenis van Bedrijf en Techniek, 9, 1992, 261-291.
  • [Wit 1994] The shaping of automation: a historical analysis of the interaction between technology and organization, 1950-1985, Dirk de Wit, Hilversum: Verloren, 1994
  • Verwijzingen

    Terug
    Bron: Gerard Alberts