Over wetenschappelijke publicaties op de elektronische snelweg

Wel en wee op het WWW

Frédérique Harmsze (navigatie onderaan)

----

De publikatierevolutie

Als we de oren sluiten voor de recreationele en commerciële kakafonie, dan komt een niet onaanzienlijk deel van het rumoer op en over het Net van de kant van wetenschappers die hun onderzoek willen publiceren. Bepaalde aspecten van het Internet zijn al volledig ingeburgerd in de bèta-comunicatie. Via discussielijsten en nieuwsgroepen kunnen vooral problemen die gerelateerd zijn aan computers in de groep worden gegooid. In de natuurkunde, met name in de theoretische hoge-energiefysica, is het gebruikelijk een afgerond artikel niet alleen naar een tijdschrift te sturen, maar meteen ook naar een elektronisch preprint archief.

Het is inmiddels wel duidelijk dat electronic publishing het traditionele publiceren op papier ofwel zal aanvullen ofwel deels zal vervangen. De bèta-bibliotheken van de UvA en het WCW proberen op dit moment dan ook, in het licht van deze ontwikkelingen, via een enquête onze huidige en verwachte informatiebehoefte in kaart te brengen.

Ook op het gebied van electronic publishing; is er heibel, of in ieder geval sprake van een hectische toestand. Allerlei lieden en instanties ventileren de meest wilde ideeën erover, laten ballonnetjes op en jongleren met elektronische initiatieven. Over de precieze impact van het Internet op de wetenschappelijke tijdschriften lopen de meningen nogal uiteen. Aan de ene kant van het spectrum zijn er mensen die het nut er überhaupt niet van inzien. Via de lieden die het Net gebruiken als een "lange-afstands-type-annex-kopieermachine", belanden we aan de andere kant van het spectrum bij bijvoorbeeld Paul Ginsparg, Stevan Harnad en Nicolas Negroponte die op korte termijn een complete omwenteling van de wetenschappelijke informatievoorziening voorspellen.

Harnad bijvoorbeeld predikt het zogenaamde scholarly skywriting. Volgens hem moet het interactieve aspect van het wetenschappelijke bedrijf, waarin wetenschappers met elkaar discussiëren om vooruitgang te boeken, explicieter ondersteund worden door het publicatiesysteem. De wetenschapper zet zijn serieuze overpeinzingen voor iedereen zichtbaar in een stuk Internet waar alleen de experts op mogen schrijven. Zijn collega's kunnen daar meteen hun commentaar bij zetten. Iedereen kan het verhaal aan het hemelgewelf lezen, maar alleen de mensen met een vliegtuig hebben kunnen er op schrijven. De officiële referee bestaat niet meer in zijn schema, net zomin als de bureauredactie. Er bestaat alleen nog maar een systeembeheerder en een groep editors die besluit of een bepaalde auteur goed genoeg is om "schrijfpermissie" te krijgen op het territorium van de experts.

Sommigen zien de "digitale revolutie" met name als een kans voor de wetenschappers om de barricaden van de gevestigde uitgeverijen te bestormen. Onlangs gaf Paul Ginsparg, de man van de elektronische preprintarchieven, een lezing bij een UNESCO conferentie. Daarin stelde hij zich, niet voor de eerste maal, op het standpunt dat de uitgever van wetenschappelijke tijdschriften een uitstervende diersoort is, hetgeen hem overigens niet bedroeft, aangezien hij het ook een schadelijke diersoort lijkt te vinden. Voorlopig schijnt hij toch het liefst te publiceren in Nuclear Physics B, een zeer streng gerefereerd papieren tijdschrift van een commerciële uitgever.

De vraag rijst hoe het elektronische tijdschrift er uit hoort te zien en wat het uitgeven ervan precies moet en zal behelzen. De vraag wie dat werk zal verrichten komt dan pas echt aan de orde. Het is nog niet duidelijk of er koppen gaan rollen, en zo ja, welke dan. In ieder geval heeft de hype zich nog niet omgezet in een dergelijke totale revolutie in de wereld van de wetenschappelijke publikatie. Net als bij de algemene WWW-hype, moeten we hier eerst kijken waar en hoe het nieuwe medium het beste toegepast kan worden. Laten we als wetenschappelijke gemeenschap vaststellen wat, vanuit ons standpunt, het optimale publikatiesysteem is. Daarvoor moeten de eigenschappen, in termen van voor- en nadelen, van het papieren en het elektronische medium naast elkaar gezet worden.

------

vorige Het elektronische paradijs

volgende De verbouwing van de koets

inhoudsopgave Naar de inhoudsopgave van dit artikel




Back to the Communication in Physics Project home page home.

Additions, corrections and comments concerning these pages are always welcome.. Please send them to: harmsze@phys.uva.nl. Contact webmaster@phys.uva.nl if you have problems with the server.
Last modifications on: 25-4 1996