|
- Didaktiek Natuurkunde -
Door Heleen Degenaar |
![]() Terug naar 'lesmateriaal' |
Dopplereffect
bij geluid Een ambulance rijdt op een weg naar een stoplicht toe.
Jij staat bij dat stoplicht te wachten. Omdat de
ambulance haast heeft zet hij zijn alarm aan. Hoor je verschil in toonhoogte bij het aankomen en
wegrijden van de ambulance? Zo ja, welk verschil hoor je
dan? Het verschil in toonhoogte tussen het aankomen en wegrijden van de ambulance heet het Dopplereffect. Er zijn meerdere voorbeelden te noemen waarbij het Dopplereffect optreedt. Een trein die voorbij komt en moet waarschuwen voor de langs de kant staande passagiers. Een auto op het racecircuit, waarbij je als toeschouwer verschillende tonen hoort in het aankomen en wegrijden van de race-auto's. Als jezelf in een rijdende auto zit en de bellen bij de spoorwegovergang beginnen te rinkelen hoor je een andere toonhoogte als je aan komt rijden dan wanneer je ervan wegrijdt. Kortom wanneer geluidsbron en waarnemer ten opzichte
van elkaar bewegen, treedt het Dopplereffect op. Dit komt
erop neer dat de waarnemer een andere frequentie hoort
dan er werkelijk wordt uitgezonden. Het ontstaan van het
Dopplereffect Een auto (A) rijdt met een eenparige snelheid over de
weg. Elke seconde zendt de auto een signaal uit. Dit
signaal breidt zich dan cirkelvormig uit. De eerste keer
dat de auto een signaal uitzendt staat hij middenin de
eerste cirkel. (zie figuur 1). De tweede keer dat dat
gebeurt is de auto een stukje verder naar links gereden
dan het midden van de eerste cirkel. Dus het midden van
de tweede cirkel ligt iets verder dan het midden van de
eerste cirkel. Dit staat in figuur 2. Steeds bij het
uitzenden van een nieuwe toon is de auto net iets verder
gereden. Dus van alle geluidstonen liggen de middelpunten
van de cirkels niet gelijk. Na verloop van tijd ontstaat
er een patroon als in figuur 3.
De waarnemer (W) staat een eindje verder. Omdat de
geluidsgolven zich cirkelvormig uitbreiden kan de
waarnemer na een tijdje het geluid horen. Omdat de auto
naar hem toe rijdt hopen de golven zich in het begin
allemaal op. Het lijkt dan alsof de golflengte van de
golf kleiner is geworden (zie figuur 4). De golflengte
wordt bepaald door de afstand tussen de golven. Met de
volgende formule is de frequentie van de geluidsgolf uit
te rekenen. f = v / l(ambda) Omdat de golflengte kleiner wordt, wordt de breuk en
dus de frequentie groter. Als het geluid een waarnemer
nadert wordt de frequentie van het naderende geluid
hoger. Als de auto de waarnemer voorbij is wordt de
afstand tussen de geluidscirkels groter. Dit staat in
figuur 5. De golflengte van het geluid lijkt groter te
zijn geworden. Uit formule 1 blijkt dat de breuk en dus
de frequentie kleiner wordt.
Wanneer de auto nu bij de waarnemer is, staat de
waarnemer naast het geluid en in het middelpunt van de
golf. Dan hoort hij de juiste frequentie van het geluid.
Er is dus maar een moment waarop de juiste frequentie
wordt gehoord. Opgaven:
Demonstratie: Een kleine luidspreker wordt aangesloten op een toongenerator. Aan de luidspreker wordt een touw stevig vastgemaakt. De luidspreker wordt eerst in rust op tafel
neergezet. Daarna wordt de luidspreker als een lasso
boven het hoofd rondgeslingerd met een constante
snelheid. Als laatste wordt de proef herhaald met een
andere snelheid. Vragen:
Berekeningen aan het
Dopplereffect Tot nu toe weet je alleen van het ontstaan van het
Dopplereffect wat af. Maar het valt ook allemaal te
berekenen. Als een geluidsbron recht naar een waarnemer
toe beweegt, heet de lijn waarover de geluidsbron beweegt
de verbindingslijn. Voor deze verbindingslijn geldt de
volgende formule: fw = f * vg / (vg
- vb) In deze formule stelt fw de waargenomen
frequentie voor, f de werkelijk uitgezonden frequentie, vg
de snelheid van de geluidsgolf en vb de
snelheid waarmee de bron beweegt. De snelheid waarmee de
bron beweegt is positief als de bron nadert en negatief
als de bron weggaat. De geluidssnelheid staat in BINAS. Opgaven:
De geluidsbarrière Soms hoor je een vreselijke knal als je buiten bent.
Dit kan veroorzaakt worden door een straaljager. De
snelheid van de straaljager is dan zo hoog dat hij door
de geluidsbarrière gaat. Wat wordt er bedoeld met: De straaljager gaat door de
geluidsbarrière? We kunnen voor de straaljager de geluidscirkels tekenen. Dit is gedaan in figuur 6. In deze figuur is te zien dat de voorkanten van de geluidsgolven over elkaar heen liggen. Dit veroorzaakt de knal. Van geen geluid hoor je plotseling heel veel geluid. De reden waarom de fronten van de geluidsgolven over
elkaar heen liggen is de snelheid van de straaljager.
Opgaven:
Docentenhandleiding De opzet van deze tekst is als volgt bedoeld. Eerst wordt er een algemene introductie gegeven waarbij er verschillende soorten Dopplereffect worden genoemd. Daarna wordt er op dit onderwerp ingegaan waarbij er niet met getallen gerekend wordt, maar zuiver de concepten worden aangeleerd. Hier eindigt de eerste les. Huiswerk voor de volgende les zijnde opgaven. In de tweede les wordt er een demonstratie getoond, waarna ook het rekenen en een voorbeeld aan de orde komen. Het huiswerk van de eerste les wordt behandeld. In de tekst staan een vragen die bedoeld zijn om met
de tekst bezig te zijn. Antwoorden staan impliciet
verderop in de tekst. De opgaven zijn bedoeld om de
geleerde stof te gebruiken. Opmerkingen bij de eerste les: Het idee van opgave 1 is dat de leerling beseft dat er maar drie tonen te horen zijn. Namelijk frequentie bij nadering, de werkelijke frequentie en de frequentie bij verwijdering. Opgave 2 is een moeilijke opgave. Hierbij wordt van de
leerling verwacht dat de leerling de theorie zelf nog
eens herhaald voor een bewegende waarnemer. Opmerkingen bij de tweede les: Het demonstratie-experiment in het boek kan eventueel ook gedaan worden met een andere geluidsbron of een stemvork. De essentie is dat de leerling nog eens zelf ervaart dat er verschillende tonen te horen zijn, terwijl er een vaste frequentie is. Het experiment sluit aan bij de eerste les en is zuiver conceptueel. Opgave 3 gaat om het gebruik van de gegeven formule. Opgave 4 gaat over het experiment, maar benadert het nu met getallen. De leerling wordt ermee geconfronteerd dat er in het midden geen verschil in frequentie is. Opgave 5 en 6 gaan over het doorbreken van de
geluidsbarrière. 5b) kan gedaan worden als bij wiskunde
het begrip oneindig is behandeld. Opgave 6 gaat over de
toepassing van de formule bij de geluidsbarrière en het
begrip dat de knal de frequentie is die wordt waargenomen
als de straaljager naar de waarnemer toekomt. Uitwerkingen van de
vraagstukken: 1a) Als de radio hoger is dan de waarnemer beweegt de radio naar de waarnemer toe. De frequentie die de waarnemer hoort is dan hoger dan de werkelijke frequentie, omdat de geluidsgolven zich aan de kant van de waarnemer "ophopen". 1b)
2a) Op het moment dat je de file nadert, rijdt de auto
tegen de beweging van de geluidsgolven in. Het lijkt dus
alsof de geluidsgolven dichter bij elkaar zijn dan in
werkelijkheid. Dus is de frequentie die waargenomen wordt
hoger dan de werkelijke frequentie.
2b)
3a) 150 km/uur = 150.000/3600 = 41.67 m/s fw = 400 * 343 / (343 - 41.67 ) = 455 Hz bij aankomen fw = 400 * 343 / (343 + 41.67 ) = 356 Hz bij weggaan fw = 400 Hz als de auto voor hem langs
gaat. 4a) De docent die de luidspreker rondslingert neemt de frequentie waar die de luidspreker uitzendt. Hij staat in het middelpunt van de geluidscirkel. 4b) De laagste frequentie die kan worden waargenomen is als de luidspreker met de volledige snelheid van de waarnemer af beweegt. Dit is hier 4 m/s. Dus fw = 1000 * 343 / (343 + 4) = 988 Hz. 5a) De snelheid van de straaljager is gelijk aan de snelheid van het geluid. De snelheid is dus 343 m/s. 5b) fw = f * 343 / (343-343). De
waargenomen frequentie gaat naar oneindig. 6a) 500 = f * 343 / (343 + 343). f = 1000 Hz. 6b) Als het vliegtuig weggaat hoor je een frequentie in de vorm van gezoem. Als het vliegtuig aan komt, lijkt het alsof je geen frequentie hoort. Je hoort een knal. Dit is de frequentie die je hoort als het vliegtuig aankomt. Voorbeelden van
proefwerkvragen
De ambulance rijdt door het rode stoplicht heen.
Later hoort Jantien een frequentie van 800 Hz.
Uitwerkingen van de
proefwerkvragen 1)
1000 = f * 343/(343-27.8) f = 918 Hz
fw = 1200 * 343/ (343 + 27.8) fw = 1110 Hz. 2)
f = 1600 Hz. |
Didaktiek NatuurkundeReakties naar: Klaas Dolsma copyright © 1997, Didaktiek Natuurkunde, all rights reserved Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op : 18 juni 1997 |